U bent hier: Startpagina > Geschiedenis > Vulkanen, Maaren en Eishöhlen

Vulkanen

De Eifel is ongeveer 400 miljoen jaren geleden ontstaan. In die tijd was dit nog allemaal zee. Hierin bezonken klei en slib en dit samen vormde in de loop der tijden de leisteen en de zandsteen.
In het Tertiair (65 - 2,4 miljoen jaar geleden) was er in de Eifel sterke vulkanische activiteit. Daar naar verwijst ook de naam Vulkaan-Eifel in het zuidoostelijke deel.
Ongeveer 60 miljoen jaren geleden begonnen de eerste vulkanen hun gloeiende magma naar buiten te spuwen.

De ligging van de huidige Landkreis (regio) Vulkaaneifel loopt ongeveer gelijk met de vulkaanband van de west-Eifel. Op een strook van ca. 30 km breed en ca. 50 km lang hebben wetenschappers ongeveer 350 eruptiecentra kunnen vaststellen. In het landschapsbeeld vallen vulkanen op door de kenmerkende vormen van maaren (al dan niet opgedroogde vulkaanmeren) of door de kogelvormige heuvels.

 

De laatste uitbarstingen vonden 10.000 jaar geleden plaats. Onderzoek wees uit dat het gebied nog steeds geologisch actief is. Het hele Eifelgebied stijgt 1 à 2 mm per jaar. Het is aangetoond dat er ook in het verleden inactieve fases voor van 10.000 à 20.000 jaar zijn voorgekomen. Dit zou kunnen betekenen dat ook in de toekomst uitbarstingen mogelijk zijn.

Maaren

De maaren zijn ontstaan op plaatsen waar grote vulkanische gasontploffingen hebben plaatsgevonden. Zo'n gasontploffing sloeg een groot rond gat, maar liet geen magma ontsnappen.
Toen de aardkorst boven de Eifel zwakker werd, baande vloeibaar gesteente zich met enorme kracht vanuit grote diepten een weg naar boven. Kokende as werd omhoog geslingerd, het regende gloeiende stenen en gassen. Op sommige plaatsen maakte het magma geweldige gaten in het aardoppervlak en altijd op die plaatsen waar de gloeiende massa met grote hoeveelheden water in aanraking kwam. Er zijn 80 van zulke cirkelvormige gaten; de geologen noemen het maaren en de bewoners van de Eifel noemen het „de ogen van de Eifel“. Acht ervan zijn gevuld met water.

Ten oosten van Wallersheim, bij Kopp, ligt het Eigelbacher Maar, een opgedroogde maar.

 

Eishöhlen

Ongeveer een miljoen jaar geleden waren er vulkaanuitbarstingen met gigantische basalt-lavastromen. Alleen al de vulkaan Kalem ten noorden van Birresborn veroorzaakte over een grote oppervlakte een basaltlaag van 40 meter dikte. Tot dezelfde vulkaangroep hoorde ook de Fischbachvulkaan.

De Eishöhlen van Birresborn zijn 40 meter lange onderaardse gangen in de wand van de Fischbachvulkaankrater, die uit basalt bestaat. Het zijn geen natuurlijke gangen, maar het resultaat van mijnbouw in de 19e eeuw om molenstenen uit te houwen. Deze werden aan de wand van de gangen uitgebeiteld en aan de achterkant van kleine gaten voorzien, waarin houten spieën werden geslagen. Deze werden voortdurend nat gemaakt, zodat ze opzwollen en de molensteen uiteindelijk van de wand los kwam. Of niet.... Daarvan zijn de overblijfselen nog te zien.

De naam, ijsgrotten, verwijst naar het ijs dat zomer en winter te gevolge van het zg. koude-val-effekt in het binnenste van de grotten aanwezig is. Koude lucht komt 's-winters in de gangen, die naar beneden lopen. In de zomer kan het er niet uit, zit in de val, omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht. Het poreuze vulkanische gesteente heeft een zeer hoge vochtigheid en het winterijs wordt door de verdampingskoude tot in juni of zelfs later als ijs bewaard.

De temperatuur in het binnenste van de grotten ligt konstant tussen -1°C en +4°C. De gangen zijn op sommige plaatsen erg laag en zeer donker. Goede schoenen, warme kleding, een zaklantaarn en bij voorkeur een helm, zijn dan ook aan te bevelen bij een bezoek.

Gedurende de wintermaanden zijn twee van de drie grotten afgesloten om de daar overwinterende vleermuizen te beschermen. De Eishöhlen van Birresborn zijn het belangrijkste reservaat voor voortplanting en overwintering van vleermuizen in de Vulkaaneifel. Tot heden zijn er twaalf soorten geteld.

 

Geschiedenis

Wallersheim Vulkanen, Maaren en Eishöhlen

Zoeken naar